Skip to content
security_header
May 20, 2026 9:26:21 AM3 min read

Twee jaar Omgevingswet: hoe staat jouw gemeente ervoor?

Op 1 januari 2024 ging de Omgevingswet in. Na jaren van voorbereiding, uitstel en discussie was het dan zover. Gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten moesten hun processen, systemen en samenwerking opnieuw inrichten. 

Twee jaar later is een eerlijke balans op zijn plaats. Wat werkt goed? Waar lopen gemeenten nog vast? En wat betekende de afsluiting van de TAM-IMRO route per januari 2026 in de praktijk?

Wat er twee jaar geleden veranderde

De Omgevingswet bundelde 26 wetten en honderden regelingen in één kader voor de fysieke leefomgeving. Voor gemeenten betekende dat concreet: vergunningaanvragen verlopen via het Omgevingsloket, adviesaanvragen gaan via het Digitaal Stelsel Omgevingswet en samenwerking met ketenpartners zoals omgevingsdiensten en waterschappen verloopt via gestandaardiseerde berichtenuitwisseling.

De technische basis daarvoor is de DSO-aansluiting. Zonder die aansluiting kun je als gemeente aanvragen via het Omgevingsloket niet correct verwerken.

Dat klinkt helder. De praktijk bleek weerbarstiger.

Wat gaat goed

Het Omgevingsloket werkt. Burgers en bedrijven dienen aanvragen in, gemeenten ontvangen die aanvragen digitaal en de basisstroom van vergunningverlening verloopt voor de meeste gemeenten zonder grote problemen.

De digitalisering van het vergunningsproces heeft een impuls gekregen die zonder de Omgevingswet veel langer had geduurd. Veel gemeenten werken nu met actuele basisgegevens uit de BAG, BRK en BRP direct in hun VTH-systeem, iets wat voorheen handmatig opzoeken was.

Ook de bewustwording rondom ketensamenwerking is gegroeid. Gemeenten, omgevingsdiensten en waterschappen weten nu beter wat er van elkaar verwacht wordt en welke systemen daarvoor nodig zijn.

Waar het nog stroef loopt

 Niet alles verloopt soepel. Er zijn drie terugkerende knelpunten die we in de praktijk tegenkomen.  

STOP/TPOD-implementatie verloopt langzamer dan verwacht  
De nieuwe standaard voor ruimtelijke plannen is complex. Veel gemeenten hadden bij de invoering moeite met de technische implementatie. Dat is precies waarom de TAM-IMRO als tijdelijke oplossing werd ingevoerd, en waarom veel gemeenten daar langer op leunden dan oorspronkelijk de bedoeling was.  

Ketensamenwerking vraagt meer dan een technische koppeling 

Het DSO maakt samenwerking technisch mogelijk. Maar de werkprocessen en afspraken daarvoor moeten lokaal worden ingericht. Welke gemeente stuurt een adviesaanvraag naar welke omgevingsdienst? Binnen welke termijn moet een advies terug? Hoe wordt dat gevolgd? 
Dat zijn organisatorische vragen die software niet automatisch oplost. 

Niet elk systeem is DSO-proof 
Er zijn gemeenten die werken met VTH-systemen of zaaksystemen die niet op de officiële DSO-leverancierslijst staan. Die systemen kunnen STAM-berichten niet correct verwerken. Dat was vóór de TAM-IMRO afsluiting al een risico, daarna werd het een concreet probleem. 

De TAM-IMRO afsluiting als kantelpunt

Per januari 2026 sloot de TAM-IMRO route definitief. Gemeenten die nog via de oude IMRO-standaard werkten, konden dat niet langer doen. Voor sommige gemeenten was dat een soepele overgang, zij hadden hun systemen op tijd op orde. Voor anderen was het een harde deadline die roofde wat ze niet hadden: tijd. 

De gemeenten die de overstap niet op tijd hadden gemaakt, stonden voor een directe keuze: hun huidige leverancier alsnog laten certificeren voor STAM en SWF, of een systeemonafhankelijke koppeling realiseren die naast het bestaande systeem werkt.  Die tweede route bleek voor veel organisaties de snelste en meest betrouwbare.

Waar de uitdaging nu zit

Twee jaar na de invoering van de Omgevingswet zijn er drie groepen gemeenten.

  • De eerste groep heeft alles op orde. DSO-aansluiting werkt, ketensamenwerking is ingericht, medewerkers werken zelfstandig in het systeem.

  • De tweede groep werkt, maar niet optimaal. De basisstroom van vergunningverlening loopt, maar doorlooptijden zijn hoog, medewerkers werken om het systeem heen of ketensamenwerking verloopt nog te handmatig.

  • De derde groep heeft nog een actief probleem. De DSO-aansluiting werkt niet goed, er zijn technische issues met het verwerken van STAM-berichten of het systeem sluit niet aan op de werkwijze van de organisatie.

Als jouw gemeente in de tweede of derde groep zit, is dit het moment om dat te adresseren. De Omgevingswet gaat niet weg en de eisen rondom DSO-compliance worden niet soepeler.

Wat je nu kunt doen

Een DSO-koppeling realiseren hoeft niet te betekenen dat je je huidige systeem vervangt. ConnectOne werkt als systeemonafhankelijke integratilaag bovenop je bestaande omgeving. Het ontvangt STAM-berichten, verwerkt adviesaanvragen en stuurt resultaten terug naar het Omgevingsloket, ongeacht welk zaaksysteem je gebruikt.

Voor gemeenten die wel toe zijn aan een volledig nieuw VTH-systeem biedt ProcessPro een compleet platform dat van begin af aan is gebouwd op de Common Ground-architectuur en DSO-standaarden.

Wil je weten in welke groep jouw gemeente zit en wat er eventueel nog moet gebeuren? Plan een gesprek. We kijken samen naar je huidige situatie.

GERELATEERDE ARTIKELEN